#35 De tijd ligt in een doos op zolder
Ik heb mijn oude agenda’s teruggevonden. Een hele berg, gevangen in een doos op zolder. Vol gebeurtenissen en herinneringen, maar ooit waren ze leeg.
Je weet nog dat je ze kocht. Zodra het jaar begon, klapte je ze open en snoof je de geur op, omdat vers gedrukt papier zo lekker ruikt. De kaft glom nog. Als je goed keek, zag je jezelf erin weerspiegeld. Je schreef je naam op en daarna je verjaardag, alsof je die zou vergeten. Dan de grote sportwedstrijden: het schaatsen, Milaan-San Remo, de Tour.
Die van 2010 ziet er beduimeld uit; die heb je vaak gebruikt. De kaft gevouwen, in sommige bladzijden een scheurtje, een enkele vlek. Je leest over afspraken die zeer belangrijk waren met mensen van wie je geen idee meer hebt wie ze ook weer waren. Wat werkte je veel. En wat gebeurde er een wonder in de zomer. Ineens was je vader! Je schreef de naam van je zoon in hoofdletters bij de datum. Daaronder het tijdstip, zijn lengte en gewicht. Je kent alle getallen nog.
Die van 2020 heb je minder vaak nodig gehad. Je begon het jaar in Center Parcs. ,,Dit wordt een topjaar”, je hoort het jezelf nog zeggen tegen je gezin. Je had kaartjes op de kop getikt voor het Eurovisie Songfestival in Ahoy, de zomervakantie in Frankrijk was geboekt. Er kwam niets van terecht. Bij 15 maart, een zondag, schreef je ‘lockdown’ en het jaar liep leeg als een ballon die je nog tijdens het opblazen uit je handen liet glippen.
Dat jaar leerde je dat je niet te veel van een jaar moet verwachten, dan valt het ook niet zo tegen als er niets van terechtkomt. Het was zinvoller te genieten van de kleine dingen en alleen nog te hopen op de grote. ‘Alles is veel voor wie niet veel verwacht’; je begreep op slag wat J.C. Bloem bedoelde. Verwachten is denken dat iets gaat gebeuren, hopen is het alleen maar wensen. Dat is iets heel anders.
Al die oude agenda’s die ooit nieuwe waren, zijn in een doos op zolder beland. Zo gaat het straks ook met die van 2026. Ik hoop dat er veel mooie dingen in komen te staan, en dat ik in 2027 weer een volgende kan kopen om vol te schrijven. Ik wens u allen nog veel agenda’s.
=
#36 Ik ga hem zo verschrikkelijk missen
Altijd ligt hij uitgestrekt op de vloer, midden in de kamer of de keuken. Overdwars, zodat ik er niet langs kan. Vroeger stapte ik zuchtend en steunend over hem heen of probeerde ik hem opzij te schuiven. Tegenwoordig laat ik hem gewoon maar in de weg liggen.
Hij kan ook niet veel anders meer, onze Pluto. Hij is oud. Elf, bijna twaalf. Zijn snuit is wit geworden, zijn goudkleurige vacht vaal, artrose vervormt zijn oude botten. Hij krijgt voor een fortuin aan speciale voeding en vitamines. Steeds vaker ook pilletjes tegen de pijn.
In het voorjaar van 2014 haalden we hem op in Bergen in Noord-Holland. We stonden de hele zondagmiddag in de file en toen we er eindelijk waren, was van het nest van zeven puppy’s alleen hij nog over. Hij was een beetje een sufferd, merkten we al snel. Niet de snuggerste, wel de liefste; een echte goedzak. Solidago’s Jupiter is zijn officiële naam, want meneer heeft een stamboom. Koning Pluto noemen wij hem.
Wat heb ik met hem gewandeld! Lange zomeravonden in de polder, waar we verdwaalden en over sloten moesten springen om terug te kunnen. Duizenden keren liepen we samen. Hij was er altijd, als het goed ging en ook als het slecht ging. Vorig jaar rond deze tijd zat ik vaak voor me uit te staren op een bankje onder de bomen. Hij zat naast me, geduldig wachtend tot ik klaar was met mijn getreur.
De afgelopen maanden zijn de wandelingen steeds korter geworden. Nu lukt alleen een blokje om nog. Om de haverklap staan we stil, omdat de koning ergens aan wil snuffelen. Na een kwartiertje schuifelt hij naar huis. Daar ploft hij vermoeid neer op zijn kleed. Soms pak ik zijn kop beet en snuif ik zijn geur op. Ik wrijf over zijn mooie snuit. Ik ga hem zo verschrikkelijk missen.
Elf, bijna twaalf is een mooie leeftijd voor een golden retriever. Over een paar dagen is hij jarig en krijgt hij een hondentaart. We zijn dankbaar en genieten van de bonustijd met hem. Zo kunnen we langzaam wennen aan het idee dat hij er straks niet meer is. Dan is het leeg in huis en verlangen we terug naar die grote, logge, onvergetelijke hond waarvan we dachten dat hij in de weg lag.
=
#37 Laten we het Meetjesland annexeren
Nu de wereld een Risk-bord is geworden, waarop je inneemt wat je wilt hebben, zou ik Zeeland graag uitbreiden met het Meetjesland. Ik ken geen gebied dat beter bij ons past. Het is de natte droom van iedereen die van het platteland houdt.
Het Meetjesland, voor de lezers van boven de Westerschelde, is de streek in het noordwesten van Vlaanderen tussen grofweg Gent en Brugge. Ik heb mijn oog laten vallen op het bovenste stuk, zodat we de Zeeuwse grens vanuit Eede in een rechte lijn kunnen doortrekken naar Sas van Gent. Daarmee annexeren we het Mollekot, de Maagd van Gent, Sint-Jan-in-Eremo, de Bentille en een keur aan andere plaatsjes met poëtische namen.
Bovenal krijgen we er een stuk land bij waar de tijd op een jaloersmakende manier stilstaat. Het Meetjesland is een uitgestrekte aaneenschakeling van polders, akkers en kreken. Zo plat als een dubbeltje, met eindeloze bomenrijen langs de smalle macadamwegen. Heel af en toe kom je een wielrenner tegen of een bus van De Lijn, maar verder heb je hier het rijk alleen.
Die rust dreigt wel te worden verstoord. De mensen van het Meetjesland demonstreerden afgelopen zaterdag tegen de mogelijke komst van kerncentrales in de Paulinapolder, op een steenworp over de grens. Dat is tegenwoordig het grote nadeel van wonen in landelijk gebied: men denkt automatisch dat daar dan plek is voor dingen die niemand anders wil hebben.
De demonstratie was in Posthoorn, de buurtschap die in mijn Zeeuws-Vlaamse jeugd de poort naar een andere wereld was. Eenmaal grenspaal 319 bij Philippine voorbij belandde je in een magische werkelijkheid waar alles anders was. De huizen stonden recht op de weg gebouwd. Je kon er op zondagochtend naar de bakker, je kon er vuurwerk kopen en goedkope benzine. En dat gewoon om de hoek.
Ik kom er nog graag. We tanken bij Mieke Pieters in Boekhoute, slaan boodschappen in bij de Colruyt in Zelzate en eindigen bij de hoeveslagerij van Dirk en Ria, even buiten Assenede. Daar staat de rij tot buiten en is er altijd spraakverwarring als mijn vrouw beenham bestelt, wat hier hesp heet. Ik ga vooral mee voor de schitterende rit erheen, dwars door het Meetjesland, een landje apart. Ik zou het liever hebben dan Groenland.
=
#38 Winfried Baijens is van ver gekomen
Deze maand viel het me dan eindelijk op: wat is Winfried Baijens een goede nieuwslezer geworden. Sneeuw, Venezuela, Groenland en de formatie, hij praatte het als een verhalenverteller aan elkaar in het Achtuurjournaal. Razend knap.
Niet iedereen weet dat Winfried een Zeeuw is. Hij is het misschien ook niet officieel, want hij is geboren in Limburg. Maar hij verhuisde al vroeg naar Zeeuws-Vlaanderen, waar zijn moeder vandaan komt, bracht daar zijn hele jeugd door en trotseerde dag in dag uit de Zeeuwse wind om naar de middelbare school te fietsen. Dan hoor je er gewoon bij.
Dat fietsen heeft toch veel Zeeuwen gevormd. Mij in ieder geval wel. ’s Ochtends met je snufferd in de wind door de donkere polder, je regenpak te drogen hangen in het fietsenhok of op de centrale verwarming in de klas en ’s middags het hele eind terug, om er onderweg achter te komen dat de wind intussen was gedraaid. Wéér tegen.
Het beste was om in een lang lint te fietsen, dan kon je beschutting zoeken achter een andere stakker. Wij Hoekenezen wachtten daarom elke ochtend op de groep uit Biervliet, geoefende fietsers die er al een hele rit op hadden zitten en met ons het laatste stuk naar Terneuzen reden.
Na een tijd sloot er ook een mannetje uit Philippine aan, een kleine jongen op een veel te grote fiets. Hij zat een paar klassen lager en hij heette Winfried. Meer wist ik eigenlijk niet van hem. Hij was stil en viel niet op. Iemand die zijn plaats in het leven nog moest vinden.
Winfried ging bij de televisie werken en later ook bij de radio. Hij presenteert inmiddels het Achtuurjournaal en Met het Oog op Morgen en maakt voortreffelijke documentaireseries, zoals Het water komt over de Ramp van 1953. Daarin komt hij tot zijn recht als verteller, wat hij zo goed kan.
Ooit reed hij achteraan de groep, nu staat hij helemaal vooraan voor een miljoenenpubliek en heeft iedereen een mening over zijn schoenen en zijn snor. Het is mooi en zelfs inspirerend dat hij de durf heeft gevonden om zijn verlegenheid van zich af te schudden en zich te laten zien. Tegen de wind in, recht vooruit, zoals toen op de Hoekseweg. Hij is van ver gekomen.
=
#39 Benzo’s zijn het vergif van de wereld
Ooit leerde ik R. kennen, een van de liefste mensen die ik in mijn leven ben tegengekomen. Ze was gelovig, haar stem even zacht als haar karakter. Aan niets was te zien dat ze een verschrikkelijk geheim met zich meedroeg.
R. had twintig jaar geleden zendingswerk gedaan in Afrika. Daar kreeg ze last van angsten, waardoor ze niet meer sliep. De plaatselijke dokter gaf haar benzodiazepinen, kortweg benzo’s. Die maakten haar rustiger en minder bang. Zo kon ze weer slapen.
Terug in Zeeland bleef ze de pillen slikken. Slaap- en kalmeringsmiddelen als oxazepam en diazepam worden ook hier voorgeschreven. Na een poos raakte haar lichaam gewend aan de dagelijkse 5 milligram. Ze kreeg een hogere dosering. Met het verstrijken van de jaren ging ze steeds meer gebruiken. Ze dacht dat ze er altijd zelf mee zou kunnen stoppen, maar toen ze dat eenmaal wilde, bleek het al te laat te zijn. Ze was verslaafd geraakt.
R. liet zich opnemen in een kliniek. Na maanden van therapie voelde ze zich sterk genoeg om weer naar huis te gaan. Toen keerde de angst terug. De angst om thuis te zijn, waar ze zo afhankelijk was geworden van de benzo’s. Hoe dichterbij haar vertrek kwam, hoe slechter haar nachten werden. Tot ze helemaal niet meer sliep en als een zombie door de gangen dwaalde. Overdag was ze uitgeput. Ze smeekte de arts om benzo’s. Hij gaf niet toe.
Rond die tijd kwam er een nieuwe patiënt in de kliniek. Hij was zwaar verslaafd aan synthetische drugs en wist precies waar hij die moest krijgen. Het is me uit de verhalen nooit duidelijk geworden of er een verband was, maar kort daarop fladderde R. weer door de kliniek. Ze sliep als een roos en keek uit naar haar nieuwe leven. Opgetogen wandelde ze de deur uit.
Niet veel later werd ze binnengebracht op de intensive care. Dat is het laatste wat ik over haar heb gehoord. Ik weet niet hoe het nu met haar gaat. Ik weet wel dat ik vaak aan haar denk, zeker nu deze week de eigenaren van webshop Funcaps weer voor de rechter staan. Zij verkochten online benzo’s en zouden daarmee tientallen mensen de dood hebben ingejaagd.
Benzo’s zijn het vergif van deze wereld, verslavend en uiteindelijk verwoestend. Ik heb er iemand aan kapot zien gaan. Wees er zeer voorzichtig mee.
=
#40 In 4453 gaat alles net even anders
Ik zit al dagen met ’s-Heerenhoek in mijn hoofd. Mark Rijk heeft een lied gemaakt over het dorp waar hij woont en dat is zo aanstekelijk dat het dit weekend geheid een carnavalskraker wordt.
Mark is behalve verslaggever van Omroep Zeeland nu dus ook producer. Zijn hit heet 4453 Dorpje waar ik hoor, waarbij 4453 voor de postcode van ’s-Heerenhoek staat. Als je in Heinkenszand of een ander rivaliserend dorp woont, noem je ’s-Heerenhoek 4453, begrijp ik. Een beetje zoals Rotterdammers het over 020 hebben als ze de hoofdstad bedoelen.
Vroeger kwam ik vaak op ’s-Heerenhoek. Ik maakte er altijd rare dingen mee. Ik stond eens op het voetbalveld van de Patrijzen bij een jeugdwedstrijd toen Jan Raas aan kwam fietsen, op een gewone fiets. Ik weet niet of u weleens een wielrenner of in dit geval een wielerkampioen van weleer op een gewone fiets heeft gezien, maar dat ziet er heel vreemd uit. Jan Raas droeg een zeemanspet en ging zwijgend langs de lijn staan. Daarna had hij kantinedienst. Mijn zoon kocht een zakje chips van hem.
Een andere keer had ik te maken met zijn zwager, Cees Raas. Een vriendelijke, bescheiden man die schitterende stalen racefietsen bouwde onder de merknaam Cera en wielerwedstrijden organiseerde in zijn dorp. Als sportverslaggever was ik daar destijds kind aan huis. Na een koers stopte Cees me eens een envelop toe. Er zat wat geld in. ,,Maak er maar een mooi stukje van”, zei hij.
En ik was bij pater Paul, die woonde in de parochie naast de Willibrorduskerk. Ik wilde als protestantse jongen trouwen met een katholiek meisje en daarvoor had ik allerlei documenten nodig met allerlei stempels. Ik was ten einde raad, omdat niemand me die kon geven. Tot ik mijn probleem voorlegde aan de pater. Die ontbrekende stempels, och, daar moest ik niet zo zwaar aan tillen. ,,Als het nodig is, laten we wel een extra stempeltje maken.”
Zo deed men dat in ’s-Heerenhoek oftewel 4453 oftewel het Paerehat, katholieke enclave in de Zak van Zuid-Beveland waar alles net even anders gaat. Geen wonder dat Mark en zijn dorpsgenoten daar zo graag wonen. Het geld kon ik niet aannemen, Cees en de pater zijn helaas niet meer onder ons en de kerk is inmiddels dicht, maar ik maak er met alle plezier alsnog een mooi stukje van.
=
#41 En wéér de Wegenwacht voor de deur
Onze auto is een oude strijder met 227.577 kilometer op de teller. Daar zijn we trots op, maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de lol er wel een beetje af is nu we voor de derde keer in een jaar de Wegenwacht hebben moeten bellen. Hij startte weer eens niet.
Hoe vervelend dat ook is, het is wel altijd leuk om de mannen van de ANWB aan het werk te zien. Steevast opgeruimde, vrolijke types die in alle kalmte ‘eens kijken waar het probleem zit’. (Misschien zijn ze juist ook zo vrolijk omdat zij het niet zijn die met een kapotte auto staan.) Ze hebben een heel arsenaal aan gereedschap in hun bus en allemaal apparaatjes waar ze allemaal dingen mee aflezen; geen idee welke.
Deze keer duurde het wat langer. De motorkap ging open, uiteindelijk moest de achterbank eruit en toen kwam de diagnose: de brandstofpomp was kapot. Het was al avond en de wegenwacht sleepte de auto naar de garage van onze dealer. Hij zette ’m schuin voor het dichte hek. Ik wilde de sleutel in de brievenbus doen maar dat raadde hij af, die visten dieven er zo uit en dan konden ze in mijn auto. ,,Hoewel, ze zullen er niet mee wegrijden hè, haha!”
In Goes was geen vervangende wagen beschikbaar. De dichtstbijzijnde stond in Hoedekenskerke of all places. Hij reed me erheen, een rit van een kwartier, waardoor ik nu alles weet over de Wegenwacht in Zeeland. Ze rijden overdag met z’n drieën, ’s nachts alleen en dan doe je het hele gebied boven de Westerschelde: Walcheren, de Bevelanden, Schouwen-Duiveland, Tholen en nog een deel van West-Brabant. Beter geen pech hebben ’s nachts, bedacht ik me.
Vandaag had mijn redder in nood een rustige dag gehad. Hij had zelfs nog een band geplakt. Wat bleek, je kunt ook Wegenwacht voor je fiets afsluiten. Dat bestaat al jaren, ik had er alleen nog nooit van gehoord. Het werkt hetzelfde als met de auto: je belt en dan komt de wegenwacht je fiets repareren. Hij vond het de normaalste zaak van de wereld. ,,Wie plakt nog zelf een band tegenwoordig?”
Later die avond leerde ik dat een nieuwe brandstofpomp duur is en een nieuwe auto al helemaal. Een jaarabonnement op Wegenwacht Fiets daarentegen kost slechts 26,50 euro. Gezien de staat van onze auto lijkt me dat geen slechte investering.
=
#42 Er is niet één Jo-Annes, er zijn er twee
Het nieuwe kabinet is van start gegaan en daarmee ook de Haagse carrière van Jo-Annes de Bat. Ik heb de wonderboy van de politiek jaren van dichtbij meegemaakt. Ik weet ook wat zijn geheim is.
Onze zoons speelden tot een tijd terug in hetzelfde voetbalteam bij SSV’65 in Goes. Wij stonden langs de lijn. Soms miste Jo-Annes het begin, omdat hij als scheidrechter bijsprong op een ander veld.
We gingen ook naar uitwedstrijden. Wanneer ik op de vroege zaterdagmorgen nog slaapdronken over een sportpark in de provincie strompelde, hunkerend naar koffie, had hij daar al vijf mensen gesproken en tien gegroet, of we nu in Aardenburg waren of in Zierikzee. In de rust beantwoordde hij berichten op Facebook en na de wedstrijd stoof hij door naar zo veel bijeenkomsten en evenementen dat het leek alsof hij op twee plaatsen tegelijk kon zijn.
Hij was overal en praatte overal over mee. Op de jaarlijkse teambarbecue bij ons in de tuin maakte een vader eens een onschuldige opmerking over de ui op z’n hamburger. Daarop gaf Jo-Annes een college van een kwartier over het belang van uien voor de Zeeuwse en de wereldeconomie, dat hij pas beëindigde toen mijn vrouw riep dat de worstjes klaar waren. Sindsdien kijk ik met heel andere ogen naar een ui.
Dat ik van de krant was en hij van de politiek, hebben we altijd kunnen scheiden. Hoewel je prima met hem van mening kunt verschillen. Ik zou graag zien dat hij die nieuwe kerncentrales in Den Haag houdt en die honderdduizend nieuwe Zeeuwen ook. De vorige keer dat ik dit schreef op deze plek, reageerde hij meteen. De man leest nog alles ook.
Het is onmogelijk dat iemand meer energie heeft dan de gemiddelde kerncentrale opwekt. Daarom kwamen wij voetbalvaders jaren geleden al tot de conclusie: er is niet één Jo-Annes, er zijn er twee.
Dat komt vanaf nu goed uit. Jo kan op zijn vrije woensdagmiddag gewoon met doelen blijven sjouwen op sportpark Het Schenge. Daarna doet hij een lange duurtraining voor de Kustmarathon, plant hij de vakantie naar Frankrijk en hangt hij de verkiezingsposter van het CDA voor het raam. Dan is hij mooi op tijd klaar en heeft hij nog iets aan zijn dag voordat Annes thuiskomt uit Den Haag.
=
#43 Mijn dag met Timo, Tim en Mathieu
Ik was jarig en had me daar zeer op verheugd. Helaas stond ik zo moe op dat alle plannen voor mijn verjaardag de prullenbak in konden. De naweeën van de burn-out; zo gaat dat soms nog. Het werd een dag op de bank.
Ik kreeg wel een mooi cadeau: de Omloop Nieuwsblad, de opening van het Vlaamse wielerseizoen. De Vlamingen hadden er zin in. Al om kwart over tien begonnen ze met de voorbeschouwing op tv. Analist Jan Bakelants, een ex-renner, bleek een paar dagen eerder te zijn gevallen met de fiets. Hij zag eruit alsof hij met een beer had gevochten. Het was niet in hem opgekomen om thuis op de bank te blijven liggen.
Om elf uur verzamelden de renners zich op een rommelig kruispunt in Gent. De burgemeester vuurde het startpistool zo hard af dat hij een beer had kunnen vellen met zijn schot. De eerste aanvaller was Timo de Jong uit Goes. Dat beloofde wat.
Om één uur gingen we er even uit voor het journaal, want de wereld stond in brand. Tussen al het oorlogsgeweld door kregen we breaking news uit de Omloop mee: Timo de Jong was gevallen en zat niet meer in de kopgroep. De weerman voorspelde ‘flandrienweer’ met veel regen en wind. ,,Ik houd het kort, dan kunt u naar de Omloop kijken”, zei hij. De nieuwslezer raffelde de uitzending af. Ook hij ging kijken.
Toen was het weer koers. Op de Leberg werd bengaals vuur ontstoken. Op de Molenberg ging een renner van Tudor zo hard op zijn gezicht dat hij al zijn voortanden brak. Mathieu van der Poel sprong met fiets en al door de lucht om de ongelukkige te ontwijken en vloog daarna meteen maar door.
Een van de Van Dijke-broers uit Colijnsplaat kon nog een tijd met hem mee. De broers Van Dijke zijn te herkennen aan hun brede schouders. Dat lukt me altijd nog wel. Wie van de twee het dan precies is, daar heb ik meer moeite mee; het is niet voor niets een tweeling. Deze keer dacht ik zeker te weten dat het Mick was. Het was Tim.
Tim van Dijke reed een beresterke race en eindigde als tweede. Zijn gezicht zag zwart van de modder en het vuil. Ik daarentegen stond als herboren op en schoof aan tafel aan voor een welverdiende wielrennersbiefstuk. Niets is zo goed voor snel herstel als een wielerkoers in Vlaanderen, beleefd vanaf de bank.
=
#44 De beste bakker van Zeeland
Ik kom nergens zo graag als bij de bakker. De geur van brood dat net uit de oven is, de stapels lekkernijen in de vitrines, de behaaglijke warmte, de gesprekjes in de rij op zaterdagmorgen; ouderwets gezellig en vertrouwd.
Ik heb geluk, want we hebben een uitstekende bakker op het dorp, Bakker Boer. Ik denk dat het de beste bakker van Zeeland is, maar daar denkt men elders weer anders over. Het ligt er maar net aan waar je woont. Zo had een collega uit Koudekerke het zo vaak over het lekkers van Koppejan dat ik daar uit nieuwsgierigheid zelf maar eens heen ben gereden. En inderdaad, ook uitstekend.
Boer, Koppejan, Van Meijel, Risseeuw, De Bruijne, Goossen, Dees, Van de Velde, Schot, Willemsen, Van de Kop, Daane, Schrieks, Bliek, De Kok, Sonnemans, Everaers, De Visser, Ten Hove, Bouman, ’t Zand, Vroonland, Van Oost, Cock Leijs en al die andere Zeeuwse bakkers, ze horen bij het straatbeeld in de dorpen en de steden. Er zijn 115 warme bakkers in Zeeland. Bijna het minst van alle provincies, maar naar verhouding hebben we wel de meeste bakkerswinkels per inwoner: 29 per 100.000. In Groningen zijn dat er maar 17.
Al die winkels zien er ongeveer hetzelfde uit en je kunt overal ongeveer hetzelfde krijgen. Geen rariteiten, gewoon brood, bolussen en andere lokale lekkernijen en natuurlijk taart voor als er iets te vieren valt. Hoewel ik laatst bij Bakker Boer een Watoto-bol kocht, een naam die me daarna nog dagenlang bezighield. Het bleek een bol voor het goede doel in Afrika te zijn.
De Watoto-bol lag als enige nog in de rekken aan het einde van de middag. Vlak voor sluitingstijd zijn de Zeeuwse bakkerswinkels nagenoeg uitverkocht. De bakkers zelf kruipen dan al bijna weer hun bed in. Ze staan in het holst van de nacht op, zodat wij aan het begin van de dag vers brood hebben. Je moet er toch niet aan denken dat bakkers ook gewoon van negen tot vijf werken. Onze kwaliteit van leven zou er ernstig door worden aangetast.
Bakkers hebben toch al een groot hart. Toen Bliek in Middelburg vorig jaar afbrandde, kregen Patrizio en Julius brood van collega’s, zodat ze konden blijven leveren. Wees daarom lief voor de plaatselijke bakker. Hij is het ook voor ons.
=
#45 Ik stem op alles en iedereen
We mogen weer stemmen. Ik doe het sinds 1994 en ga nu voor de 35ste keer, alle verkiezingen bij elkaar opgeteld. Ik heb bijna elke partij al eens gehad. Geen idee wat het deze keer wordt.
De eerste keer weet ik nog goed. Hartstikke trots was ik dat ik eindelijk oud genoeg was om te mogen stemmen. Ik kom uit een rood nest, mijn oom zat in de gemeenteraad van Terneuzen voor de PvdA, dus het lag voor de hand dat die partij het werd. Al snel schakelde ik door naar de SP van Jan Marijnissen. Het kon me niet links genoeg zijn.
Met de tijd schoof ik op naar het midden, zoals dat schijnt te gaan als je ouder wordt. Ik stemde op het CDA, eigenlijk alleen omdat daar iemand op de lijst stond die ik kende van de voetbalclub. Lekker makkelijk, hoefde ik er verder niet over na te denken. Toen ik een tijdje veel verdiende, koos ik voor de VVD. Dat duurde helaas niet lang. Dat ik veel verdiende, bedoel ik.
Ik heb ook eens blanco gestemd, in de korte periode dat ik een boze, ontevreden burger was, helemaal klaar met de hoge heren in Den Haag. Ik vond het een weinig bevredigende ervaring. Er was nul aandacht voor mijn proteststem, ik kwam er niet mee in de krant en niet op televisie. Zat ik daar in mijn eentje boos te wezen.
Sindsdien ben ik een zwevende kiezer. Ik heb deze week weer trouw de stemwijzer ingevuld. Ik bleek het meest gemeen te hebben met GroenLinks-PvdA, Nieuw Goes en SGP-ChristenUnie. Die laatste zag ik even niet aankomen. De Partij voor Goes, waar ik enige affiniteit mee dacht te hebben, bungelde onderaan mijn lijst.
Nu zegt dit weinig. Meestal verander ik in het stemhokje nog van keuze. In oktober vorig jaar zag ik mezelf ineens het vakje van Rob Jetten inkleuren, wat ik helemaal niet van plan was. Nooit gedacht dat ik nog eens op D66 zou stemmen. Zo veranderlijk als het weer, dat stemgedrag van mij.
Er is één constante: ik ga altijd, al sinds ik mag. Ik las dat de helft van de Nederlanders deze keer niet gaat. De helft! Ik voel me altijd weer vereerd als ik een persoonlijke uitnodiging krijg voor het feest van de democratie. Het is misschien wel de grootste luxe van mijn toch al luxeleven.
=
#46 Het is lang wachten bij de huisarts
We zaten al een hele tijd met z’n drieën te wachten, de twee jonge vrouwen en ik. Ik was als laatste binnengekomen. De praktijk ging bijna dicht; afgezien van ons maakte het gebouw in Goes een uitgestorven indruk.
De jonge vrouw rechts van me zat onrustig op haar stoel. Ze wipte heen en weer, friemelde aan haar sieraden, pakte haar telefoon, legde die weer neer, strekte haar benen, pakte opnieuw haar telefoon. De verveling spatte ervan af. Nergens verstrijkt de tijd zo tergend langzaam als in de wachtkamer van de huisarts.
Vanuit mijn ooghoek zag ik dat ze me begon aan te staren. Dat zie je, ook al doe je alsof je het niet ziet. Ik bleef een tijdlang stoïcijns voor me uit kijken. Op een gegeven moment draaide ik toch maar opzij. Het begon ongemakkelijk te worden. ,,Kunt u mij helpen?”, vroeg ze zodra onze blikken kruisten. Eh, waarmee?
,,Ik zit hier al vanaf half vier en de dokter komt maar niet en de balie is dicht zodat ik niet kan vragen waar hij blijft en nu moet ik heel erg nodig naar de wc”, ratelde ze. ,,Wilt u de dokter zeggen dat ik zo terug ben?”
Och, natuurlijk wilde ik dat. Wat was de naam? ,,Mevrouw Wisse”, zei ze, en ze rende richting het toilet. Ik moest een beetje lachen. Zo jong en toch al een mevrouw. In ieder geval begreep ik nu waarom ze zo rusteloos was geweest.
Toen ze een paar minuten later terugkwam, keek ze me vol verwachting aan. De dokter was nog steeds spoorloos. Ik maakte een gebaar dat ik het ook niet kon helpen. Ze zuchtte en ging weer zitten.
,,Ik moet ook”, zei de jonge vrouw links van ons. ,,Mevrouw De Voogd.” Ook zij hoopte misschien dat de dokter in haar afwezigheid eindelijk zou verschijnen. Tevergeefs, want zo werkt dat niet met wachten.
Zo verstreken de minuten. Plots zwaaide de deur open en verscheen de huisarts. Die bleek toch nog aanwezig te zijn. Mevrouw Wisse veerde op. Ook mevrouw De Voogd keek hoopvol omhoog van haar telefoon. Arme schapen, ze moesten nog veel leren. In de supermarkt gaat de andere rij ook altijd sneller. Als de gifbeker leeg moet in de wachtkamer, dan ook helemaal, tot de laatste druppel. ,,Meneer Remijnsen.”
=
#47 The Passion leidde me naar de kerk
The Passion, de muzikale paasvertelling, komt deze Witte Donderdag vanuit Dwingeloo in Drenthe. Een jaar geleden vormde Terneuzen het decor. Veel Terneuzenaren zijn daar nog altijd trots op en terecht.
Alles aan die avond was goed. Het stadhuis was nooit eerder zo mooi uitgelicht. Miranda, een oude jeugdvriendin, vertelde in de uitzending een hoopgevend verhaal over haar broer. Het raakte me. Ik kon ook wel wat positiefs gebruiken. Ik was ziek en mijn herstel vlotte niet. Ik hield alles bij, ook hoe ik sliep: slecht, slecht, nog slechter. Niets hielp.
Het gevoel van The Passion bleef hangen. Een paar dagen later, op Tweede Paasdag, zat ik voor het eerst in jaren in de kerk in Goes. Tijdens de mis kwam het nieuws dat paus Franciscus eerder die ochtend was overleden. Ook dat raakte me.
Een aantal maanden lang ging ik elke zondag. De kerk werd een beetje een tweede thuis. Ik groette de mensen die om me heen zaten, iedereen altijd op dezelfde plek: de oude mevrouw die slecht ter been was, het Aziatische echtpaar. Op de achterste rij zat een Pools gezin met jonge kinderen die weleens door de kerk renden. Niemand stoorde zich daaraan.
De priester was een attractie op zich. Hij kwam uit Vietnam en sprak langzaam maar uitstekend Nederlands. Wanneer hij voorlas uit de Bijbel, zette hij verschillende stemmen op voor de verschillende personages. Ik luisterde graag naar hem.
Daar, in die harde kerkbank, werd het rustig in mijn hoofd. Ik kwam tot het besef dat de manier waarop ik leefde weinig duurzaam was. Ik moest zachter worden voor mezelf en ook zachter voor anderen. Bovenal moest ik stoppen met denken dat ik er alleen voor stond, want dat was niet zo. Er werd naar me omgekeken. Ik had daar geen oog voor gehad, omdat het donker was en ik even de weg niet wist. Stilaan begon ik een paadje te zien. Mijn nachten veranderden: redelijk, goed, nog beter.
Inmiddels ga ik minder vaak. Ik merk dat ik toch meer met het geloof heb dan met de kerk als instituut. Met veel van wat de kerk vindt, ben ik het niet eens. Met veel van wat de kerk uitdraagt wel. Ik breng nog het Parochienieuws rond in Goes-Zuid, omdat daar anders niemand voor is. Het kost me elke maand een uurtje, maar The Passion heeft me veel en veel meer opgeleverd.
=
#48 Snel even tanken over de grens
Omdat we toch in Zeeuws-Vlaanderen waren en bijna geen benzine meer hadden, staken we op Tweede Paasdag snel even de grens over. Vanuit Hoek was het maar een kort ritje naar Boekhoute. Dat zouden we makkelijk terugverdienen.
‘Boekhoute, vissersdorp zonder haven’, las ik bij het binnenrijden. Dat stond op een muur geschreven. Ik vond het een beetje een mistroostige slogan. Maar ja, veel meer viel er ook niet van te maken. Boekhoute lag in de vorige eeuw nog aan de Braakman, de zeearm die Zeeuws-Vlaanderen spleet. Het had een haven en vijftig vissersboten en naam en faam. Vroeger, toen de wereld nog groot was en de eigen wereld klein.
Op straat was niemand te zien. Behalve bij het tankstation van Mieke Pieters. Daar stonden tien auto’s te wachten, allemaal Nederlandse. Er was maar plaats voor twee bij de pomp. Het scheelde 50 cent per liter, dus ik sloot toch maar aan in de rij. ,,We staan hier door Trump”, zei ik tegen mijn pubers. Niet eens een zucht. De een sliep, de ander had een koptelefoon op.
Ik bespaarde 15 euro op een volle tank. Best een mooi bedrag. Dan nog was ik goedkoper uit geweest als die krankzinnige oorlog ons bespaard was gebleven. Bij het wegrijden telde ik tien volgende Nederlanders in de spiegel. Zo ging het vast de hele dag door.
Op de terugweg hobbelden we door Philippine. Cars St. Christophe uit Ieper parkeerde net een touringcar vol hongerige toeristen naast de grote mossel in het mosseldorp. Alle Nederlanders waren nu in België en alle Belgen in Nederland. ,,Philippine was vroeger een stad”, zei ik tegen niemand in het bijzonder. ,,Het heeft stadsrechten, net als Biervliet. Niet meer voor te stellen, toch?”
We kachelden verder. De tunnel kwam in zicht. Voor het kantoor van Dow wapperde de Amerikaanse vlag. Ik dacht weer aan de oorlog en aan de rij bij Mieke Pieters.
De A58 was een zee van witte kentekens met zwarte cijfers en letters. Alle Duitsers waren duidelijk in Zeeland. Vlak voor de afslag naar huis haalde een limousine ons in. Ik moest twee keer kijken; zo eentje had ik niet eerder gezien. Het bleek een nieuw Chinees automerk te zijn, een Xpeng. De hele wereld is een dorp geworden.
=
#49 Ter overname: chocoladereep van ZLM
Eind februari stond ik voor het eerst in tijden weer eens op de weegschaal. Het was schrikken: 95 kilogram en een BMI van 30. Ik viel in de categorie obesitas met een hoog risico op diabetes. Alle alarmbellen gingen af.
Ik wilde onmiddellijk een groot en allesomvattend dieet optuigen, zoals ik dat in mijn leven vaker had gedaan. Altijd tevergeefs. Na een paar weken kwamen alle gezonde producten die ik voor een fortuin had besteld mijn neus uit en was ik terug bij af.
De redding kwam van Diana, een oud-klasgenoot die me een felicitatie stuurde voor mijn verjaardag. Ze bleek gewichtsconsulent te zijn in Terneuzen. Zodra ze hoorde van mijn probleem, vuurde ze een hele serie voedingsadviezen op me af. Ze bood ook aan mijn vetpercentage en spiermassa te meten. Dat stel ik even uit. Ze was toch mijn crush op de lagere school, we schuifelden op het eindfeest van de zesde klas. Op dit moment kan ik me nog niet aan haar vertonen.
Ik moest in kleine stapjes denken, zei Diana. Koolhydraatarm brood. Wel aardappelen en pasta, maar minder. Meer vlees, meer vis. Een gekookt eitje bij het ontbijt. Griekse yoghurt tussendoor.
Die kleine stapjes helpen. We zijn twee maanden verder en ik ben vier kilo afgevallen. Op een duurzame manier, elke week een halve kilo eraf. Zonder honger te lijden en zonder gek te doen. Ik heb zelfs nog kaarten achter de hand die ik de komende tijd kan uitspelen: minder suiker, meer water, meer wandelen.
Alleen die verleidingen! Een broodje kroket en een colaatje in de voetbalkantine: zomaar een halve kilo erbij. En juist dan stuurt de ZLM twee chocoladerepen. Hartstikke lief, maar wel op het verkeerde moment. Ze hebben hier wekenlang op het aanrecht gelegen. De pure is onlangs verdwenen, precies in die ene week dat de weegschaal ineens rare getallen aangaf.
Maar de reep met speculoos raak ik niet aan. Ik begrijp dat die zo in trek is in Zeeland dat mensen er zelfs hun kinderen of konijnen voor willen ruilen. Dat hoeft ook weer niet; die hebben we al. Gewoon een koffer met cash is genoeg. Van de opbrengst stouw ik de vriezer tot in de lengte der dagen vol met koolhydraatarm brood. Deze keer gaat het me lukken.
=
#50 De pakketjes liggen vaak voor de deur
Mijn vrouw en kinderen bestellen graag online. Nou vooruit, ik ook. Er gaat bijna geen dag voorbij of er staat een pakketbezorger van DHL, PostNL, DPD of GLS aan de deur. De ervaringen zijn wisselend.
Vooropgesteld, ik zie ze graag komen. Ze nemen altijd iets leuks mee, precies wat ik wil hebben ook nog. En ze zijn goed voor de conditie. Vooral bij DHL moet je sneller dan de brandweer zijn. Als ik in een nieuw persoonlijk record de trap af ben gerend en hijgend opendoe, zie ik vaak nog net een gele bus wegstuiven. Of een wit bestelwagentje, want DHL komt in verschillende gedaanten. Het pakketje ligt dan voor de deur.
Ik begrijp de haast van de bezorgers. Ze moeten voor een schamel loon miljoenen pakjes afleveren per dag. Ik heb best met ze te doen. Wat ik niet begrijp: wij wonen op een woonerf en de hele buurt is een 30-kilometerzone, maar die borden zien de meesten van hen om een of andere reden niet. DHL is sponsor van de Formule 1, misschien dat het daardoor komt.
Met PostNL hebben we de laatste jaren veel te stellen gehad in Kloetinge. De postbezorging in onze wijk is eindelijk weer op orde. De pakketbezorgers zijn ook in orde. Ze blijven net iets langer wachten dan DHL. Wat ik erg leuk vind; ik ben gek op kleurtjes en ze rijden in zo’n mooie regenboogbus. Die kan me niet lang genoeg in de straat staan.
Dan DPD. Wat kan ik zeggen? Ze kondigen hun komst altijd nauwgezet aan en je hoeft er ook niet de halve dag voor thuis te blijven. Hun bezorginformatie is ongeëvenaard. ‘Je pakket is door de douane gekomen.’ ‘Je pakket is aangekomen in ons depot.’ ‘Wij informeerden je via e-mail dat je pakket zal worden bezorgd op woensdag 15 april 2026 tussen 13.25 en 14.25 uur.’ Om 13.25 uur belt de bezorger aan, je kunt de klok erop gelijkzetten.
GLS ten slotte komt altijd in de ochtend. Meestal rond kwart voor negen, uiterlijk negen uur. Ik vind dat nogal aan de vroege kant, dus vroeg ik de bezorger laatst waarom dat zo was. Wat bleek, het GLS-depot zat om de hoek, in Wemeldinge. Ik was gewoon als een van de eersten aan de beurt. Daar ben ik mooi klaar mee, dacht ik. Maar er was goed nieuws. ,,We gaan verhuizen”, zei hij. ,,Naar Goes. Dan zijn we hier nog eerder.”
=
#51 Op heterdaad betrapt in de supermarkt
Als ik iets de afgelopen jaren meed in de supermarkt, dan was het wel de zelfscankassa. Ik vond het maar een vernederende ervaring, die controle achteraf. Alsof ik een crimineel was. Sinds kort zie ik er eindelijk het grote voordeel van in.
Jarenlang wachtte ik liever in de rij voor de gewone kassa, hoe hopeloos lang die vaak ook was. Ook een beetje als steunbetuiging aan de caissière, die zomaar aan de kant werd geschoven en vervangen door zielloze machines. Terwijl niemand zo snel is met boodschappen als zij. Een caissière scant een product in 1,9 seconden, er is onderzoek naar gedaan. Een klant doet daar 7,8 seconden over.
Het werd me helaas steeds moeilijker gemaakt. Steeds vaker was er nauwelijks nog een kassa open. Dus moest ik er laatst toch echt aan geloven in de supermarkt in Goes-Zuid. Ik parkeerde mijn kar met de grootst mogelijke tegenzin in het zelfscandoolhof, midden in vijandelijk gebied, en haalde stuk voor stuk mijn boodschappen langs het gehate apparaat. Het duurde een hele tijd voordat ik alle streepjescodes had gevonden. Ik verlangde hevig naar de geoefende hand van de caissière. Ik had al thuis kunnen zijn.
Toen ik eindelijk klaar was en wilde betalen, verscheen de gevreesde mededeling op het scherm. Er was iets mis. Ik moest worden gecontroleerd.
Een meisje dat als een soort opzichter in de hoek had gestaan, kwam met een blik die het midden hield tussen streng en meewarig op me af. Ze had een scanner in haar hand. ,,Controle”, zei ze, een beetje overbodig. Een voor een haalde ze de boodschappen weer uit mijn tas. Daar werd ik ook niet vrolijk van. Ik had ze juist zo netjes ingepakt.
Ik ging daarom maar demonstratief op een afstandje staan, dat was beter voor iedereen. Ik zag de andere mensen naar me kijken; ‘daar heb je er weer een’. En ja hoor, het ding begon te bliepen. Ik was op heterdaad betrapt. Ik stelde me voor hoe ik weldra in de boeien zou worden geslagen en afgevoerd naar het politiebureau. Als ik geluk had, bleef het bij een winkelverbod.
,,Het totaalbedrag klopt niet”, zei het meisje. Ze keek me indringend aan. ,,U heeft een pak melk te veel gescand. U krijgt een euro van ons terug.”
=
#52 Wachtende mannen voor de Zara
We waren een weekje op vakantie in Spanje. Vroeger gingen we dan alle dierentuinen en speelparadijzen af. Nooit gedacht dat ik daar nog eens met weemoed naar zou terugverlangen. Tegenwoordig hebben we pubers en die willen alleen nog shoppen.
San Sebastian bleek te wemelen van de hippe kledingzaken: Bershka, Massimo Dutti en natuurlijk Zara. Nu zit de Zara overal. Ik mag ook geregeld mee naar de vestigingen in Antwerpen, Gent en Brugge.
Ik stelde daarom voor deze Zara over te slaan, dan konden we nog eventjes naar het strand. Mijn kinderen keken me verontwaardigd aan. In Spanje is Zara goedkoper, legden ze uit, omdat Zara uit Spanje komt. Dat buitenkansje mochten we helaas niet aan ons laten voorbijgaan.
Ik deed dus wat ik altijd doe: ik sjouw er maar wat achteraan. Elke vragende blik beantwoord ik met ‘Heel mooi’, in de hoop dat we snel klaar zijn. Het helpt nooit: er is telkens weer een andere maat of een ander model om te passen. Soms check ik stiekem het prijskaartje en zeg ik ‘Niet helemaal jouw stijl’ of ‘Ik weet het niet hoor, die kleur’. Maar daar help ik alleen mijn portemonnee mee.
Op een gegeven moment heb ik het wel gezien en begint de ellende pas echt. Het vervelendste aan de Zara is namelijk dat je nergens fatsoenlijk kunt zitten tijdens het wachten. Er zijn geen stoelen of banken, zoals in een schoenenzaak. Ik denk dat het beleid is. Mensen moeten niet zitten, maar rondlopen en kopen, kopen, kopen.
In alle Zara’s waar ik ben geweest en geloof me, dat zijn er vele, vond ik mezelf uiteindelijk ongemakkelijk zittend op de trap terug of buiten, met mijn rug tegen de etalageruit. Nooit alleen, altijd omringd door andere mannen met dezelfde uitzichtloze blik in de ogen, de minuten aftellend totdat er een einde kwam aan deze kwelling. U kent ons wel.
In Zara San Sebastian was niet eens een trap om op te zitten, alleen een roltrap. Ik vluchtte naar buiten. Recht tegenover de uitgang zat een bar met een terras. Wat een gouden vondst. Daar zag ik hem dan eindelijk, in zijn eentje aan een tafeltje, een koud glas bier voor zich: mijn soulmate, de Zara-man. Hij leek volstrekt gelukkig.
=
#53 Ode aan de leraar (en aan meester Piet)
Een paar keer in mijn leven heb ik de kans gehad om leraar te worden. Ik durfde het niet aan; ik ben niet zo goed met grote groepen en ik heb te weinig geduld met uitleggen. Maar wat was ik het graag geweest.
Leraar moet wel het mooiste beroep van de wereld zijn. In de praktijk is het een onderbetaalde hondenbaan met lange dagen en veel gedoe met ouders en administratie. Toch lijkt het me zulk dankbaar werk dat je kinderen op weg kunt helpen. Dat je ze iets kunt leren en dat je iets kunt doen als het niet zo goed met ze gaat, om ze daarmee misschien wel een beslissend zetje naar een betere tijd te geven. Een leraar kan een leven veranderen.
Ik heb veel leraren gehad, goede en minder goede. Sommigen hadden het zelfinzicht moeten hebben dat ik had, laat ik het voorzichtig formuleren. Ik versleet acht wiskundedocenten in zes jaar middelbare school. Het is een vak dat niet iedereen verstaat. Zij die het wel verstaan, verdienen het om op een schild door de stad te worden gedragen.
Toen ik in juli 2025 na negen maanden ziekte voor het eerst weer een stukje schreef op deze plek, kreeg ik een lange mail van Miel Smet uit Sint Jansteen. Meneer Smet, mijn economieleraar op het Petrus Hondius Lyceum in Terneuzen. Een hartstikke aardig bericht vol opbeurende woorden. Hij gaf me een 10, waar ik erg blij mee was, want ik had nooit hoger dan een 7 gehaald bij hem. ‘Misschien herinner je je me nog’, schreef hij. Dat was wel heel bescheiden; alsof je een leraar vergeet.
De warmste herinneringen heb ik aan meester Piet. Piet Leenhouts uit Oostburg, in de vierde klas van de lagere school in Hoek. Hij kon goed schaken; zijn zoon Koen zou later grootmeester worden. Dat is het enige wat opvallend aan hem was. Hij vertelde geen stoere verhalen, hij deed geen gekke stemmetjes, hij stond niet op zijn kop en hij verzon geen coole stunts.
Hij was gewoon meester Piet, die rustig achter zijn bureau zat. Hij praatte zacht als hij iets uitlegde en luisterde als je iets wilde delen. Bovenal gaf hij rust. In al zijn gedrag, maar daar stond ik destijds niet bij stil, was hij een voorbeeld. Hij was de gewoonste leraar die ik ooit had, en nu ik aan hem terugdenk de bijzonderste.
=
wordt aangevuld
Reactie plaatsen
Reacties