De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (RVS) kwam deze week met een opvallend advies: we moeten meer lummelen met z’n allen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Niets is zo moeilijk als niets doen.
Er zijn maar heel weinig mensen die de kunst van het lummelen beheersen. Topsporters kunnen het. ,,Ik heb twee weken lang keihard getaperd”, zei Harrie Lavreysen nadat hij vorige zomer in Parijs zijn zoveelste gouden olympische medaille op de wielerbaan had gepakt. Taperen komt neer op gas terugnemen en vooral veel lummelen, lanterfanten, niksen. Eerst keihard trainen, dan keihard uitrusten en vervolgens keihard knallen.
Twee weken lummelen, het is een prestatie van formaat; hij had er een extra gouden plak voor moeten krijgen. Twee weken aan een stuk een beetje rommelen in huis en hangen op de bank en in bed. Wat om je heen kijken, een paar zaken op een rijtje zetten, eventjes wegdromen, de kussens verleggen. Momenten waarop je niets moet van jezelf. Daar zit ’m de moeilijkheid, want we moeten juist zoveel van onszelf. We willen altijd nuttig zijn. Even snel dit, even snel dat, dan is het uit ons hoofd. Intussen geven we dat hoofd geen rust.
Volgens de RVS leven we in een ‘hypernerveuze samenleving’ waarin alles steeds beter en sneller moet. Dit leidt bij jongeren tot prestatiedruk en bij werkenden tot uitval. Ik kwam in een burn-out terecht omdat de balans tussen inspanning en ontspanning volledig was doorgeslagen. Alles wat ik deed, moest resultaat hebben, op het werk en ook thuis.
De wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg zijn inmiddels langer dan de erelijst van Harrie Lavreysen. We krijgen nu het advies om de samenleving tot rust te brengen en ook onszelf. Dat kan door wat langzamer te gaan leven; een mail hoeft niet nog hetzelfde uur te worden beantwoord, een pakje niet meteen de volgende dag bezorgd. Durf een beetje meer als Harrie te zijn en vertraag af en toe bewust. Leg die to-dolijst en die smartphone weg en lummel erop los. Op het eerste gezicht levert dat niets concreets op. Op de lange termijn wel: een goede mentale gezondheid.
Maar daar heb ik helemaal geen tijd voor, denkt u misschien als u dit leest. Zo dacht ik vroeger ook, en dat was precies het probleem.
Reactie plaatsen
Reacties