Negen maanden geleden, het was de laatste dag van september, stond ik voor de spiegel en barstte ik in tranen uit. Ik kon niet meer stoppen met huilen. Gelukkig was mijn vrouw thuis. We belden mijn werk af en ze legde me in bed.
Overwerkt, dacht de huisarts. Twee weekjes rust zouden me goed doen. Mijn lichaam dacht daar anders over: de verschrikkelijke, allesverzengende vermoeidheid zou negen maanden aanhouden. Ik was opgebrand; in het Engels is daar een passende term voor. Mijn hersenen waren op hol geslagen, mijn zenuwsysteem was ontregeld, de balans tussen inspanning en ontspanning was volledig zoek. Ik had mezelf kapotgemaakt op een manier die ik nooit voor mogelijk had gehouden.
Heel langzaam, als een auto die op volle snelheid afremt, kwam ik piepend en krakend tot stilstand. Tot ik niets meer kon. Ik kon niet meer autorijden, niet meer fietsen, niet meer lezen, niet meer schrijven, niet meer slapen. Ik moest alles opnieuw aanleren, zelfs ademhalen.
Negen maanden lang bekeek ik de wereld vanaf de zijlijn. Het nieuws was niet bij te houden, ook voor u waarschijnlijk niet. Donald Trump nam de macht over in de VS. Elon Musk kwam, en ging weer net zo hard. In Oekraïne regende het drones. Gaza werd de hel op aarde. Paus Franciscus overleed. Het kabinet viel. De wapenwedloop barstte los. Het werd in de wereld net zo donker als in mijn hoofd.
Ik klampte me vast aan de lichtpuntjes aan het thuisfront. Ik werd 50, wat ik gezien de omstandigheden een hele prestatie vond. Mijn vrouw haalde het diploma dat ze zo graag wilde. Mijn voetbalzoon maakte een mooie transfer. Mijn dochter zwaaide af van de basisschool. Het leven ging door, en heel voorzichtig begon ik weer deel uit te maken van dat leven. Deze column is het eerste stukje dat ik weer schrijf.
We wanen ons onaantastbaar, maar de lijn waarop we balanceren blijkt telkens weer dun te zijn. De lijn tussen volop in het leven staan en uitgeteld in de touwen hangen, tussen blaken van gezondheid en horen dat je ongeneeslijk ziek bent, tussen onbedreigd in vrede leven en toch maar een noodpakket in huis halen. Koester wat je hebt, het is niet vanzelfsprekend.
Reactie plaatsen
Reacties